schol

Het leven van de schol
Het is vrijdagochtend 05:45 uur. Bij de visafslag in Ijmuiden is al een drukke bedrijvigheid. De mannen van de afslag rijden heen en weer op hun heftrucks, volgeladen met viskisten. Viskisten met allerlei soorten vis. Maar daar gaat nog wel iets aan vooraf, voor de vis hier op de afslag wordt gelost. We nemen een kijkje op een van de kotters. Dit keer een kotter die elke zondagnacht voor een week naar zee gaat om schol te vangen. Eenmaal aangeko- men op de visgronden, in dit geval voor de kust van Scheveningen, gaan de netten onder- water. Bij het vangen van de schol wordt gebruik gemaakt van de boomkor techniek. Dat wil zeggen dat er een sleepnet opengehouden wordt door de boom: een metalen buis aan de voorkant van het net. Vroeger werd in plaats van de metalen buis een boomstam gebruikt, vandaar de naam boomkor. Mijn vader vist ook met de boomkor techniek, alleen hij heeft schol als bijvangst.

De schol zwemt trouwens niet alleen in de Noordzee, maar ook in de Oostzee, de Atlanti- sche Oceaan en in het westelijke deel van de Middellandse Zee. De schol behoort tot de plat- vissen en zwemt vlak over de bodem, niet ver van de kust. De vis is te herkennen aan zijn oranje stippen. De rechterkant van de schol is roodbruin, de linkerkant is wit.
Als de schipper denkt dat het tijd is, haalt hij de netten naar boven. De mannen aan dek halen het net binnen en zorgen dat het boven de stortbak open gaat. Van de stortbak gaan de schollen op een soort lopende band, waar mannen de vis sorteren op maat. Ondermaatse vis wordt weer over boord gegooid. Als alles is gesorteerd, gaan de schollen naar het vis- ruim. Hier worden ze in viskisten gelegd met daarop een dikke laag ijs. De viskisten wor- den meestal op woensdag en vrijdag aan de wal gezet. Lossen heet dat. De vis wordt dan naar de afslag gebracht, klaar voor de veiling!